zaterdag 17 november 2012

Flashback: Margorilla

Soms denk je om geheel onverklaarbare reden terug aan een gebeurtenis waarvan je dacht dat je hem niet meer in je geheugen had. Waardoor onderhavige flashback werd getriggerd, ik heb geen idee, maar hier komt het dan, het verhaal van Margorillaaaa!

Camping, midden Frankrijk, ergens begin jaren '80

Na al die tijd en een wild leven ben ik kwijt waar we precies zaten en in welk jaar, maar ik denk dat ik met mijn schattingen hierboven aardig in de buurt zit ;-)
Het was in elk geval een aardige camping waar we zaten, en we vermaakten ons er kostelijk. Leuke mensen, mooie plekken en genoeg te doen naast de uitstapjes die we vaak maakten. Want ondanks dat mijn ouders het niet breed hadden, gingen we elk jaar 3 weken met de caravan naar Frankrijk. Wij vonden dat altijd retestoer. Achteraf bleek (en zo is het nu nog steeds) dat een vakantie op een camping in Frankrijk goedkoper was dan 3 weken thuis met dagjes weg in het dure Nederland. Wij protesteerden überhaupt niet. Ik vond het altijd leuk om te gaan kamperen, met een tentje naast de caravan, samen met zus op een groot luchtbed.


Op een knusse avond zaten we in de caravan onder het deinende lampje boven de tafel te kaarten. Het tafeltje van formica, dat over enkele uren van haar poot zou worden ontdaan. Het transformeerde dan tot het bed van mijn ouders. Die gelukkig beide vrij klein waren.
We hadden een drankje, we hadden zoutjes, we hadden lol. We riepen om de haverklap 'Verbod!' want we speelden 31. Een lekker snel spel waar je pislink van kon worden als je even niet hebt opgelet en je de verkeerde kaart te grabbel gooit voor je vader.
Ma ging nog es naar de voortent om een koud siroopje uit de emmers water te halen die als koelkast dienst deden, en ze sneed een stukje Franse droge worst af. Heerlijk.

Margo, mijn oudere zus, zat aan het raampje. Met de rechterschouder leunde ze achteloos tegen het gordijntje, dat mijn moeder zo nauwkeurig op maat had gemaakt voor mijn vaders trots: die Eiffelland caravan. Alles was pais en vree. Tot mijn zus door een klein geluid buiten een aanvechting kreeg om het gordijntje iets aan de kant te schuiven en met haar neus tegen het raam gedrukt te kijken wat dat geluid veroorzaakte.

ARRGHHHHHHHHAAARGHHHHHHHH!!!!! WOOEEEEE!!!! IIIIIEEEEEEEE!!!!!!


Dit is een laffe poging om het geluid te reproduceren dat mijn zus al opspringend vervolgens maakte. Een gil, een gil uit doodsangst, een ijselijke, kippenvel veroorzakende gil, de moeder van alle gillen. Na een seconde totale onwetendheid rukte mijn vader het gordijn nog verder open, waardoor wij een grote gorillakop ontwaarden, pal tegen het raam, met een zaklantaarn van onderaf uitgelicht. 'Godver,' mompelde zelfs mijn vader iets te hard. Mijn moeder stond nog steeds als aan de grond genageld met de droge worst in haar handen. En ik probeerde mijn zus te kalmeren, die intussen helemaal overstuur was.

Mijn vader realiseerde zich ineens dat hij onze beschermer was, onze held in donkere dagen, onze man zonder vrees. En dus rende hij, verdacht langzaam, naar buiten. 'Ga weg!' roepend tegen het bloeddorstige monster dat intussen in het niets leek opgelost. Bij elkaar opgeteld moeten onze hartslagen zo rond de 1600 hebben gelegen.
Zo erg waren wij geschrokken dat we ineens collectief naar de wc moesten. Maar ja, wat als het monster nog rondwaarde? Wat als wij een voor een verscheurd zouden worden? Wat als mijn broer, thuis met 23 vergeten gehaktballen die mijn moeder voor onderweg had gebraden, ons nooit meer zou terugvinden?




Mijn vader ging vooruit, wij gingen er als kuikentjes achteraan. Naar het toiletgebouw. Elk met een rol onder de arm, maar verder ongewapend. We hadden immers geen avontuurlijke vakantie geboekt.
Terug gingen wij in dezelfde optocht. De rest van de campinggasten zal wel gedacht hebben...

Net iets te snel om cool te lijken, smeet mijn vader het deurtje van de caravan achter ons dicht en draaide het gelijk op slot. En daarna is mijn geheugen even blanco.

*****

De volgende dag klopte er iemand op ons kleine deurtje. Mijn vader deed behoedzaam open en zag in de voortent een Fransman staan. Hij had geen stokbrood onder de arm, noch een fles wijn, maar wel een grote bos bloemen. Voor de blonde mademoiselle. Mijn zus waagde een blik om de hoek. Mijn Frans was nog het beste, dus ik begreep dat hij excuses wilde aanbieden. Maar waarvoor....
'Attend!,' riep hij uiteindelijk en hij rende naar zijn katoenen huis. Hij kwam terug met iets donkers en harigs onder zijn arm. Een gorillahoofd. Hij had gisteravond iets te veel van de nationale drank genuttigd en was wat balorig geworden. Hij had met een vriend van de familie besloten dat ze die Hollanders wel es zouden laten lachen. Maar dat mijn zus, de schrik zelve, achter het raampje zo hard zou gillen dat wij 'en masse' bang werden, hadden zij zich niet gerealiseerd. En dus: sorry. 




De rust in het rollende huis van Buijs was wedergekeerd. Het monster was verslagen. We keken naar de bos bloemen die eigenlijk te groot was voor op het kleine formica tafeltje.
En we vroegen ons af waarom iemand een gorillamasker inpakt als hij gaat kamperen....